Het seizoen 1999-2000 was een memorabel jaar voor K.R.C. Genk, toen ze het opnamen tegen K.A.A. Gent in de finale van de Beker van België. De wedstrijd vond plaats op 27 mei 2000 in het Koning Boudewijnstadion in Brussel. Onder leiding van coach Hugo Broos kende Genk een seizoen vol ups en downs, maar de bekerfinale was hun kans om alles recht te zetten.

Met een gepassioneerde groep supporters die de reis naar Brussel maakten, was de sfeer in het stadion elektrisch. Genk begon de wedstrijd met een sterke opstelling, met spelers als Gert Verheyen en de jonge ster, Thomas Buffel, die een cruciale rol speelde. De eerste helft eindigde zonder doelpunten, maar beide teams waren vastbesloten om te winnen.

In de tweede helft kwam er eindelijk doorbraak. Thomas Buffel, die later een sleutelspeler voor de club zou worden, scoorde het eerste doelpunt van de wedstrijd. Zijn goal zorgde voor een golf van euforie onder de Genk-supporters. K.A.A. Gent probeerde terug te vechten, maar de Genk-verdediging, geleid door de ervaren verdediger Evert Luyckx, stond stevig.

Toen de scheidsrechter het eindsignaal gaf, was de vreugde onder de Genk-spelers en supporters onbeschrijflijk. De Beker van België werd gewonnen met 1-0, en dit was niet zomaar een overwinning; het was een bevestiging van Genk's groeiende status in het Belgische voetbal. Deze overwinning leidde ook tot deelname aan de UEFA Cup, wat een belangrijke stap voor de club op het internationale podium markeerde.

De bekerwinst van 2000 blijft een keerpunt in de geschiedenis van K.R.C. Genk en wordt vaak door supporters herinnerd als een van de mooiste momenten van de club. Het markeerde het begin van een periode van groei en succes voor De Smurfen, die later zou culmineren in meerdere landstitels en andere bekers. De overwinning inspireerde een generatie jonge spelers en fans die de passie en trots van de club doorgaven aan toekomstige generaties.